- flikkeren
- {{flikkeren}}{{/term}}I 〈onovergankelijk werkwoord〉1 [algemeen]scintiller2 [vallen] se foutre (par terre)♦voorbeelden:1 het flikkerende licht van een kaars • la lumière vacillante d'une bougiezijn ogen flikkeren • ses yeux étincellentde zon flikkert op het water • le soleil scintille sur l'eau2 de flessen zijn naar beneden geflikkerd • les bouteilles ont dégringolévan de trap flikkeren • se casser la gueule dans l'escalierII 〈overgankelijk werkwoord〉1 [laten vallen] foutre♦voorbeelden:1 de buren hebben hun afval in de gracht geflikkerd • les voisins ont foutu leurs ordures dans le canal
Deens-Russisch woordenboek. 2015.